ECLI:NL:CRVB:2020:264
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag bijzondere bijstand voor kosten huisraad kinderen
Appellant heeft een aanvraag ingediend voor bijzondere bijstand voor de kosten van huisraad voor zijn kinderen die in het weekend en tijdens vakanties bij hem verblijven. Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag wees deze aanvraag af omdat appellant geacht wordt deze kosten uit eigen inkomen of vermogen te voldoen.
De rechtbank Den Haag oordeelde dat het college terecht geen bijzondere bijstand verstrekte, mede omdat appellant een inkomen ontvangt dat hoger is dan de bijstandsnorm. Schulden van appellant en zijn verhuizing na echtscheiding werden niet als bijzondere omstandigheden aangemerkt. Ook werd niet vastgesteld dat appellant de kosten niet uit zijn inkomen kan voldoen, bijvoorbeeld door reservering of gespreide betaling.
In hoger beroep voerde appellant aan dat de kosten voortvloeien uit bijzondere omstandigheden en dat hij geen draagkracht heeft. Hij stelde dat het college geen maatwerk heeft toegepast en dat de omgangsregeling met zijn kinderen pas definitief werd in juni 2017. De Raad oordeelde dat appellant geen nieuwe gronden aanvoerde die de eerdere gemotiveerde afwijzing onjuist maken en bevestigde de uitspraak van de rechtbank.
De afwijzing van de aanvraag bijzondere bijstand blijft daarmee in stand en er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De afwijzing van de aanvraag om bijzondere bijstand blijft in stand.