ECLI:NL:CRVB:2020:2646
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening studiefinanciering wegens niet-wonen op BRP-adres
Appellant stond ingeschreven op een adres in de basisregistratie personen (BRP) en ontving studiefinanciering als uitwonende student. Na een controle op 1 november 2018 stelde de minister vast dat appellant niet op het BRP-adres woonde en herzag de studiefinanciering tot thuiswonend met terugvordering van €1.682,01.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, omdat hij onvoldoende onomstotelijk bewijs leverde dat hij daadwerkelijk op het BRP-adres woonde in de relevante periode. Bewijsmiddelen zoals OV-chipkaarttransacties en verklaringen van derden waren onvoldoende concreet.
In hoger beroep herhaalde appellant zijn eerdere stellingen, maar de Centrale Raad van Beroep onderschreef het gemotiveerde oordeel van de rechtbank en verwierp het hoger beroep. De aangevallen uitspraak werd bevestigd en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de herziening van studiefinanciering als thuiswonend wordt bevestigd.