ECLI:NL:CRVB:2020:2674
Centrale Raad van Beroep
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Verzoek voorlopige voorziening niet-ontvankelijk wegens niet-betaling griffierecht
Verzoekster heeft bij de Centrale Raad van Beroep hoger beroep ingesteld en verzocht om toepassing van artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) voor het treffen van een voorlopige voorziening. De Raad heeft verzoekster meerdere malen gewezen op de verschuldigdheid van het griffierecht en de termijn waarbinnen dit betaald moest worden.
Ondanks een beroep op betalingsonmacht en het indienen van een ingevuld formulier, is op basis van de inkomensgegevens en aanvullende documenten vastgesteld dat verzoekster niet aan de criteria voor betalingsonmacht voldoet. De gemachtigde van verzoekster is herhaaldelijk geïnformeerd over de noodzaak tot betaling, maar het griffierecht is niet voldaan binnen de gestelde termijnen.
Daarom heeft de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep het verzoek om een voorlopige voorziening kennelijk niet-ontvankelijk verklaard op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Awb. Een proceskostenveroordeling is niet opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht binnen de gestelde termijn.