Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:CRVB:2020:2750

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
26 oktober 2020
Publicatiedatum
9 november 2020
Zaaknummer
19/4900 PW-V
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Verzet
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:9 AwbArt. 8:54 AwbArt. 8:55 AwbArt. 8:108 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet ongegrond wegens termijnoverschrijding hoger beroep sociale zekerheidszaak

In deze zaak heeft appellante hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, maar dit hoger beroep werd niet-ontvankelijk verklaard vanwege termijnoverschrijding. Appellante heeft vervolgens verzet aangetekend tegen deze niet-ontvankelijkverklaring.

De Centrale Raad van Beroep heeft het verzet behandeld en vastgesteld dat het hogerberoepschrift gedateerd was op 23 november 2019, maar de poststempel wees uit dat het pas op 26 november 2019 ter post was bezorgd, waardoor het te laat was ingediend. De uiterste datum voor tijdige indiening was 25 november 2019.

Appellante kon geen feiten of omstandigheden aanvoeren die de termijnoverschrijding verschoonbaar maakten. Daarom werd het verzet ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is gedaan door rechter C.H. Bangma, in aanwezigheid van griffier R.I.S. van Haaren.

Uitkomst: Het verzet wordt ongegrond verklaard wegens niet-tijdige indiening van het hogerberoepschrift.

Uitspraak

Datum uitspraak: 26 oktober 2020
19/4900 PW-V
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:55, zevende lid, en 8:108, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 3 oktober 2019, 19/2693 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellante] te [woonplaats] (appellante)
het college van burgemeester en wethouders van Tilburg (college)

PROCESVERLOOP

Bij uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:54 en 8:108, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) van 3 oktober 2019 heeft de Raad het door appellante ingestelde hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard.
Appellante heeft verzet gedaan.
Het verzet is ter behandeling aan de orde gesteld ter zitting van 14 september 2020. Partijen zijn niet verschenen.

OVERWEGINGEN

De uitspraak van de Raad van 27 februari 2020 berust op de overwegingen dat het hogerberoepschrift niet tijdig is ingediend, en dat redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat appellante niet in verzuim is geweest.
Volgens artikel 6:9, tweede lid, van de Awb is bij verzending per post een beroepschrift tijdig ingediend indien het voor het einde van de termijn ter post is bezorgd, mits het niet later dan een week na afloop van de termijn is ontvangen. Hierbij wordt de poststempel als uitgangspunt genomen voor de datum van ter postbezorging. De laatste dag waarop tijdig een hogerberoepschrift kon worden ingediend was 25 november 2019. Het door appellante ingediende hogerberoepschrift is gedateerd op 23 november 2019, is blijkens de poststempel op 26 november 2019 ter post bezorgd en is op 27 november 2019 bij de Raad ontvangen. De termijn voor het indienen van een hogerberoepschrift is daardoor overschreden.
Bij brief van 3 december 2019 heeft de Raad bij appellante geïnformeerd naar de reden van termijnoverschrijding. Appellante heeft daarop bij brief gedateerd op 6 december 2019, door de Raad ontvangen op 2 januari 2020, geantwoord het hogerberoepschrift op 25 november 2019 te hebben verzonden. Dat is echter gezien de poststempel op 26 november 2019 niet aannemelijk.
Van feiten of omstandigheden die leiden tot het oordeel dat de termijnoverschrijding verschoonbaar is, is niet gebleken.
Dit betekent dat het verzet ongegrond wordt verklaard.
Voor een proceskostenveroordeling van het verzet is geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep verklaart het verzet ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door C.H. Bangma, in tegenwoordigheid van R.I.S. van Haaren als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 26 oktober 2020.
(getekend) C.H. Bangma
(getekend) R.I.S. van Haaren