Uitspraak
19.969 WIA
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- bevestigt de aangevallen uitspraak;
- wijst het verzoek om veroordeling tot vergoeding van schade af.
Centrale Raad van Beroep
Appellante was werkzaam als bouwmarktmedewerker en meldde zich ziek met lichamelijke en psychische klachten. Het UWV kende haar een loongerelateerde WGA-uitkering toe, die later werd omgezet in een WGA-loonaanvullingsuitkering. Na bezwaar van de ex-werkgever beëindigde het UWV deze uitkering op grond van een nieuwe beoordeling die uitwees dat appellante minder dan 35% arbeidsongeschikt was.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, stellende dat het medisch en arbeidskundig onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en voldoende gemotiveerd. Appellante voerde in hoger beroep aan dat haar psychische klachten en mantelzorgtaken onvoldoende waren meegewogen en dat haar beperkingen aan rechterhand en -vingers niet juist waren beoordeeld. Zij bracht een neuroloogverklaring in.
De Centrale Raad van Beroep volgde de rechtbank en het UWV, oordeelde dat het onderzoek zorgvuldig was en dat de copingmechanismen van appellante geen aanleiding gaven tot meer beperkingen. De verklaring van de neuroloog leidde niet tot andere conclusies. Het verzoek om benoeming van een deskundige en schadevergoeding werd afgewezen. Het hoger beroep werd verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van de WGA-loonaanvullingsuitkering en wijst het verzoek om schadevergoeding af.