Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:CRVB:2020:2802

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
27 oktober 2020
Publicatiedatum
13 november 2020
Zaaknummer
18/6509 PW-PV
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:15 AwbArt. 1 Besluit proceskosten bestuursrechtBesluit bijstandverlening zelfstandigen 2004
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Geen vergoeding proceskosten bezwaar bij volledige tegemoetkoming en eigen procederen

Het Drechtstedenbestuur had aan appellant een lening verstrekt voor levensonderhoud. Na terugvordering van €4.027,18 maakte appellant bezwaar. Het bestuur herroept de terugvordering en keert €458,04 na. De rechtbank verklaarde het beroep tegen het besluit tot niet-ontvankelijk.

Appellant stelde dat hij wel om proceskostenvergoeding had verzocht, maar het bezwaarschrift was incompleet overgelegd. Omdat appellant zichzelf vertegenwoordigde en geen professionele gemachtigde had, kon hij geen vergoeding krijgen op grond van artikel 7:15 Awb Pro en het Besluit proceskosten bestuursrecht.

De Centrale Raad van Beroep verklaarde het hoger beroep van appellant ontvankelijk maar ongegrond en het hoger beroep van appellante niet-ontvankelijk. De aangevallen uitspraak werd bevestigd zonder proceskostenveroordeling.

Uitkomst: Geen proceskostenvergoeding aan appellant die zelf procedeerde en volledig tegemoet is gekomen in bezwaar.

Uitspraak

18.6509 PW-PV

Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Datum uitspraak: 27 oktober 2020
Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 12 november 2018, 18/933 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[Appellant] (appellant) en [Appellante] (appellante) te [woonplaats]
het Drechtstedenbestuur (het bestuur)
Zitting heeft: G.M.G. Hink
Griffier: D. Bakker
Partijen zijn niet verschenen.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep
  • verklaart het hoger beroep van appellante niet-ontvankelijk;
  • bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze beslissing is uitgesproken in het openbaar. Zij is gebaseerd op de volgende overwegingen.
Het bestuur heeft aan appellant een lening toegekend ingevolge het Besluit bijstandverlening zelfstandigen 2004 voor de kosten van levensonderhoud over de periode van 18 februari 2013 tot en met 31 mei 2013. Bij besluit van 21 december 2017 heeft het bestuur het bedrag van deze lening ter hoogte van € 4.027,18 van appellant teruggevorderd. Appellant heeft per
e-mail van 1 januari 2018 bezwaar gemaakt tegen dit besluit. Bij besluit van 4 januari 2018 heeft het bestuur besloten dat appellant de lening niet hoeft terug te betalen. Tevens heeft het bestuur besloten dat de bedragen die ten onrechte in mindering zijn gebracht op de bijstand aan appellant worden nabetaald. Dit gaat in totaal om € 458,04.
Bij besluit van 8 januari 2018 (bestreden besluit) heeft het bestuur – voor zover hier van belang – aan appellant medegedeeld dat het besluit tot terugvordering inmiddels is herroepen en dat daarmee volledig tegemoet is gekomen aan het bezwaar van appellant.
Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard. De rechtbank heeft hiertoe, voor zover hier van belang, overwogen dat het bestuur niet gehouden was om een beslissing te nemen over een proceskostenvergoeding, aangezien niet is gebleken dat appellant hierom heeft verzocht, terwijl dit wel een voorwaarde is die volgt uit artikel 7:15, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
Ontvankelijkheid
Het hoger beroep van appellante is niet-ontvankelijk, omdat de aangevallen uitspraak niet tot haar is gericht. Het hoger beroep van appellant is wel ontvankelijk.
Proceskostenvergoeding
Appellant heeft betwist dat hij niet om een proceskostenvergoeding in bezwaar heeft verzocht. Hij heeft het betreffende bezwaarschrift als bijlage bij het hoger beroepschrift overgelegd. Hieruit blijkt dat hij op de derde en laatste bladzijde van het bezwaarschrift heeft verzocht om een vergoeding van de kosten in bezwaar.
De derde bladzijde van het bezwaarschrift, waarin appellant om een kostenvergoeding in bezwaar heeft verzocht, bevindt zich niet bij de stukken die de rechtbank aan de Raad heeft gezonden. Het lijkt er daarom op dat de rechtbank niet over het volledige bezwaarschrift beschikte. Dit kan appellant echter niet baten. Het bezwaarschrift is door appellant zelf ingediend en niet door een professionele gemachtigde. Artikel 1, aanhef en onder a, van het Besluit proceskosten bestuursrecht bepaalt dat een veroordeling in de kosten als bedoeld in (onder meer) artikel 7:15, tweede lid, van de Awb uitsluitend betrekking kan hebben op de kosten van door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. Daarom hoeft het bestuur geen kostenvergoeding voor het bezwaar aan appellant te betalen.
Het hoger beroep van appellant slaagt niet. De aangevallen uitspraak moet met verbetering van gronden worden bevestigd.
Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.
Waarvan proces-verbaal.
De griffier Het lid van de enkelvoudige kamer
(getekend) D. Bakker (getekend) G.M.G. Hink