ECLI:NL:CRVB:2020:2812
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Verzet ongegrond wegens verzuim inzenden gronden hoger beroep in sociale zekerheidszaak
Appellant had hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Noord-Holland, maar werd niet-ontvankelijk verklaard omdat het griffierecht niet was voldaan en de gronden van het hoger beroep niet binnen de gestelde termijn waren ingediend.
Appellant deed vervolgens verzet tegen deze niet-ontvankelijkverklaring. Tijdens de zitting verscheen appellant niet en het college liet zich niet vertegenwoordigen. In het verzetschrift gaf appellant aan niet over de financiële middelen te beschikken om in hoger beroep te gaan.
De Raad overwoog dat appellant een verzoek om betalingsonmacht had kunnen indienen en dat er geen feiten of omstandigheden waren aangevoerd die het verzuim rechtvaardigen. Daarom werd het verzet ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
De uitspraak werd gedaan door de enkelvoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 13 november 2020.
Uitkomst: Het verzet wordt ongegrond verklaard wegens verzuim bij het niet tijdig indienen van de gronden van het hoger beroep.