Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:CRVB:2020:2814

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
13 november 2020
Publicatiedatum
13 november 2020
Zaaknummer
20/772 AOW-V
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Verzet
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:55 lid 7 AwbArt. 8:108 lid 1 AwbArt. 8:54 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring hoger beroep wegens niet-betaling griffierecht ongegrond verklaard

Appellante had hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam, maar dit hoger beroep werd niet-ontvankelijk verklaard omdat het volledige griffierecht van €131,- niet binnen de gestelde termijn van vier weken was voldaan.

Appellante stelde verzet in tegen deze niet-ontvankelijkverklaring. Tijdens de zitting van 2 oktober 2020 waren beide partijen niet aanwezig. De Centrale Raad van Beroep overwoog dat appellante geen feiten of omstandigheden had aangevoerd die konden aantonen dat zij niet in verzuim was geweest met betrekking tot de betaling van het griffierecht.

Daarom werd het verzet ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Wel werd bepaald dat het reeds betaalde griffierecht van €100,- door de griffier aan appellante wordt terugbetaald. De uitspraak werd gedaan door C.H. Bangma, in aanwezigheid van griffier R.H. Koopman, en uitgesproken in het openbaar op 13 november 2020.

Uitkomst: Het verzet van appellante wordt ongegrond verklaard wegens niet tijdige betaling van het volledige griffierecht.

Uitspraak

Datum uitspraak: 13 november 2020
20/772 AOW-V
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:55, zevende lid, en 8:108, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 10 januari 2020, 19/3914 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[Appellante] te [woonplaats] (appellante)
de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank

PROCESVERLOOP

Bij uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:54 en 8:108, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht van 18 juni 2020 heeft de Raad het door appellante ingestelde hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard.
Appellante heeft verzet gedaan.
Het verzet is ter behandeling aan de orde gesteld ter zitting van 2 oktober 2020 waar beide partijen niet zijn verschenen.

OVERWEGINGEN

De uitspraak van de Raad van 18 juni 2020 berust op de overwegingen dat het volledige verschuldigde griffierecht van € 131,- niet binnen de gestelde termijn van vier weken is voldaan.
Appellante heeft in verzet geen feiten en omstandigheden aangevoerd op grond waarvan zou moeten worden geoordeeld dat zij niet in verzuim is geweest.
Dit betekent dat het verzet ongegrond wordt verklaard.
Voor een proceskostenveroordeling van het verzet is geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep
- verklaart het verzet ongegrond;
- bepaalt dat het in hoger beroep betaalde griffierecht van € 100,- door de griffier aan
appellante wordt terugbetaald.
Deze uitspraak is gedaan door C.H. Bangma, in tegenwoordigheid van R.H. Koopman als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 13 november 2020.
(getekend) C.H. Bangma
(getekend) R. H. Koopman

DECISION

Le Centrale Raad van Beroep (conseil central d’appel)
- déclare l’opposition non fondée;
- décide que le droit de greffe de € 100,00 payé pour l’appel est remboursé à l’appelant par le greffier du Centrale Raad van Beroep.
Ce verdict a été fait par C.H. Bangma en présence de R.H. Koopman en qualité de greffier. La décision a été prononcée en public le 13 novembre 2020.