ECLI:NL:CRVB:2020:2816
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens niet tijdige betaling griffierecht
Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam. Volgens artikel 8:41 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is het betalen van griffierecht verplicht bij het indienen van een beroepschrift. De Centrale Raad van Beroep heeft appellante meerdere malen schriftelijk gewezen op de verschuldigdheid van het griffierecht van €131,- en de betalingstermijnen.
Ondanks deze aanmaningen is het griffierecht niet binnen de gestelde termijn betaald. De Raad oordeelt dat appellante in verzuim is en verklaart het hoger beroep dan ook niet-ontvankelijk. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door M.A.H. van Dalen-van Bekkum en uitgesproken in het openbaar op 12 november 2020.
Tegen deze uitspraak staat binnen zes weken verzet open bij de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet tijdige betaling van het griffierecht.