Uitspraak
17.5441 PW
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- vernietigt de aangevallen uitspraak;
- verklaart het beroep ongegrond.
Centrale Raad van Beroep
Betrokkene is op 16 november 2016 onder bewind gesteld door de kantonrechter, waarna hij bijzondere bijstand voor griffiekosten, intakevergoeding en maandelijkse kosten bewindvoering aanvroeg. Het college ontving de aanvraag op 1 december 2016 en wees deze af voor kosten gemaakt vóór de aanvraagdatum, met verwijzing naar het beleid dat bijstand voor kosten alleen binnen veertien dagen na kostenmaking kan worden toegekend.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond en kende de bijstand toe, omdat volgens haar het beleid buitenwettelijk begunstigend was en de termijn van veertien dagen pas zou starten vanaf het moment dat betrokkene redelijkerwijs op de hoogte kon zijn van de onderbewindstelling. Het college ging hiertegen in hoger beroep.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het beleid als buitenwettelijk begunstigend moet worden beschouwd en alleen op consistente toepassing getoetst kan worden. Uit het beleid blijkt niet dat de termijn van veertien dagen pas begint wanneer betrokkene op de hoogte is, maar vanaf de datum van de beschikking van de kantonrechter. Betrokkene heeft de aanvraag niet binnen deze termijn ingediend, waardoor het college het beleid correct heeft toegepast.
De Raad vernietigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het beroep ongegrond. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de bijzondere bijstand wordt bevestigd.