Uitspraak
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
BESLISSING
€ 525,-.
Centrale Raad van Beroep
In deze zaak stond het hoger beroep van appellant tegen de Sociale verzekeringsbank (Svb) centraal inzake AOW-zaken. De Raad had eerder het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard omdat het griffierecht niet tijdig was betaald. Appellant maakte bezwaar tegen deze beslissing door middel van verzet.
Tijdens de behandeling van het verzet stelde de Raad vast dat de betalingsherinnering, verzonden op 24 juni 2019, onvolledig was geadresseerd. Hierdoor kon de gemachtigde van appellant de herinnering niet ontvangen, wat de reden was voor het niet voldoen van het griffierecht binnen de gestelde termijn.
De Raad verklaarde het verzet gegrond, vernietigde de eerdere uitspraak en besloot het onderzoek voort te zetten in de stand waarin het zich bevond. Tevens werd aan appellant een nieuwe termijn gegund voor het voldoen van het griffierecht. De Svb werd veroordeeld tot betaling van de proceskosten van appellant ter hoogte van €525,-.
Uitkomst: Het verzet wordt gegrond verklaard en de eerdere niet-ontvankelijkverklaring wordt vernietigd.