ECLI:NL:CRVB:2020:283
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging OV-schuld wegens niet tijdig stopzetten studentenreisproduct
Appellant ontving studiefinanciering met een studentenreisproduct vanaf november 2013. De minister heeft appellant meerdere keren gewezen op de verplichting om het reisproduct tijdig stop te zetten na het beëindigen van de studie in juli 2016.
Ondanks deze waarschuwingen heeft appellant het reisproduct pas op 22 november 2016 beëindigd, wat leidde tot een OV-schuld over november 2016 van €194. Appellant maakte bezwaar tegen de besluiten over deze schuld, waarbij hij betwistte dat hij een reisproduct had en dat hij tijdig geïnformeerd was.
De rechtbank verklaarde het bezwaar tegen eerdere besluiten niet-ontvankelijk en het bezwaar tegen het besluit van 7 december 2016 ongegrond. De Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak, oordeelt dat appellant tijdig kennis had kunnen nemen van de besluiten via digitale berichten en dat het niet tijdig stopzetten van het reisproduct aan hem kan worden toegerekend. Er zijn geen omstandigheden die afwijking rechtvaardigen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellant verwijtbaar het studentenreisproduct niet tijdig heeft stopgezet, waardoor de OV-schuld van €194 blijft bestaan.