ECLI:NL:CRVB:2020:2832
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen niet-ontvankelijkheid in verzoek om herziening wegens niet-betaald griffierecht ongegrond verklaard
Verzoeker had een verzoek om herziening ingediend tegen een eerdere uitspraak van de Centrale Raad van Beroep. Dit verzoek werd niet-ontvankelijk verklaard omdat het griffierecht niet binnen de gestelde termijn was betaald.
Verzoeker stelde in verzet dat hij de betalingsherinnering niet had ontvangen en dat de eerdere brief foutief was bezorgd. Ook voerde hij persoonlijke omstandigheden aan waardoor hij de betalingstermijn had gemist.
De Raad oordeelde echter dat de brieven correct waren gericht aan het juiste adres, dat verzoeker op dat adres stond ingeschreven, en dat PostNL volgens het volgsysteem een afhaalbericht had achtergelaten. Verzoeker kon geen concrete bewijzen van postbezorgingsproblemen overleggen.
Daarom werd het verzet ongegrond verklaard en geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door rechter C.H. Bangma in aanwezigheid van griffier R.H. Koopman op 13 november 2020.
Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkheid wegens niet tijdige betaling van het griffierecht wordt ongegrond verklaard.