ECLI:NL:CRVB:2020:2833
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen niet-ontvankelijkheid bij niet-betaling griffierecht ongegrond verklaard
Verzoeker had een verzoek tot herziening ingediend tegen een eerdere uitspraak van de Centrale Raad van Beroep, maar werd niet-ontvankelijk verklaard omdat het griffierecht niet binnen de gestelde termijn was betaald. Verzoeker stelde in verzet dat hij de betalingsherinneringen niet had ontvangen en geen afhaalbericht van PostNL had aangetroffen.
De Raad onderzocht het verzet en constateerde dat de brieven waren gestuurd naar het door verzoeker opgegeven adres, waar hij ook in de gemeentelijke basisadministratie stond ingeschreven. PostNL had geprobeerd de brief te bezorgen, maar dit was niet gelukt, waarna de brief was teruggestuurd naar een afhaalpunt. Volgens de richtlijnen had PostNL ook een afhaalbericht moeten achterlaten, maar verzoeker leverde geen concreet bewijs van problemen met de postbezorging.
De Raad concludeerde daarom dat verzoeker in verzuim was geweest en verklaarde het verzet ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door rechter C.H. Bangma in aanwezigheid van griffier R.H. Koopman op 13 november 2020.
Uitkomst: Het verzet wordt ongegrond verklaard omdat verzoeker niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij niet in verzuim was bij niet-betaling van het griffierecht.