ECLI:NL:CRVB:2020:284
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking recht op ziekengeld na zorgvuldig medisch onderzoek
Appellante meldde zich op 13 december 2016 ziek voor haar functie als budgetconsulent en ontving ziekengeld van het UWV op grond van de Ziektewet. Op 24 juli 2017 stelde het UWV na onderzoek vast dat zij weer geschikt was om haar werk te hervatten en trok het ziekengeld in.
Appellante maakte bezwaar tegen dit besluit, maar het bezwaar werd ongegrond verklaard op basis van een rapport van een verzekeringsarts bezwaar en beroep. Vervolgens stelde zij beroep in bij de rechtbank, die het beroep ongegrond verklaarde en oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd, ook al was er geen spreekuuronderzoek gedaan.
In hoger beroep herhaalde appellante haar eerdere bezwaren, maar de Centrale Raad van Beroep vond geen nieuwe feiten of argumenten die aanleiding gaven het eerdere oordeel te wijzigen. Het dossieronderzoek door de verzekeringsarts was voldoende onderbouwd en het beroep werd verworpen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellante wordt verworpen en het besluit tot intrekking van het ziekengeld wordt bevestigd.