ECLI:NL:CRVB:2020:2844

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
18 november 2020
Publicatiedatum
18 november 2020
Zaaknummer
17/6229 WAJONG
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • J.T.H. Zimmerman
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:75a AwbArt. 8:108 AwbArt. 8:57 Awb
Verwijzingen
7 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Intrekking hoger beroep wegens gewijzigde beslissing UWV en veroordeling in proceskosten

Appellante had hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Gelderland inzake een WAJONG-zaak. Tijdens de procedure heeft de Centrale Raad van Beroep een deskundige benoemd die een rapport uitbracht. Naar aanleiding daarvan heeft het UWV op 16 maart 2020 een gewijzigde beslissing op bezwaar genomen die volledig tegemoet kwam aan de bezwaren van appellante.

Hierdoor heeft appellante het hoger beroep ingetrokken en verzocht om het UWV te veroordelen in de proceskosten. De Raad heeft het onderzoek ter zitting achterwege gelaten en het verzoek tot intrekking en proceskostenveroordeling in behandeling genomen.

Op grond van de toepasselijke artikelen van de Algemene wet bestuursrecht is het UWV veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten die appellante redelijkerwijs heeft moeten maken, begroot op in totaal € 2.625,-. De uitspraak is gedaan door de enkelvoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 18 november 2020.

Uitkomst: Hoger beroep ingetrokken en UWV veroordeeld in proceskosten van € 2.625,-

Uitspraak

Datum uitspraak: 18 november 2020
17/6229 WAJONG
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:75a en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Gelderland van
3 augustus 2017, 15/6974 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellante] te [woonplaats] (appellante)
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)

PROCESVERLOOP

Namens appellante heeft mr. A.C. Cornelisse, advocaat, hoger beroep ingesteld.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 21 maart 2019. Appellante is verschenen en bijgestaan door haar gemachtigde. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door
mr. I. Smit.
De Raad heeft het onderzoek heropend en een deskundige benoemd. Op 11 februari 2020 heeft I.S. Hernandez-Dwarkasing, psychiater, een rapport uitgebracht.
Bij brief van 21 februari 2020 heeft de Raad mr. Cornelisse in de gelegenheid gesteld op het rapport te reageren. Daarop is bij brief van 5 maart 2020 gereageerd.
Het Uwv heeft op 16 maart 2020 een gewijzigde beslissing op bezwaar genomen.
Bij brief van 7 april 2020 heeft mr. Cornelisse namens appellante het hoger beroep ingetrokken en gelijktijdig aan de Raad verzocht het Uwv te veroordelen in de proceskosten.
Het Uwv heeft geen gebruik gemaakt van de gelegenheid een verweerschrift in te dienen.
Onder toepassing van artikel 8:57 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is het onderzoek ter zitting achterwege gelaten. Vervolgens is het onderzoek gesloten.

OVERWEGINGEN

Artikel 8:75a, eerste lid, eerste volzin, van de Awb bepaalt dat in geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 8:75 van Pro de Awb in de kosten kan worden veroordeeld. Ingevolge artikel 8:108, eerste lid, van de Awb is deze bepaling van overeenkomstige toepassing op het hoger beroep.
Namens appellante is het hoger beroep ingetrokken omdat het Uwv met de gewijzigde beslissing op bezwaar van 16 maart 2020 volledig aan de bezwaren van appellante is tegemoetgekomen.
De Raad ziet aanleiding het Uwv te veroordelen in de kosten die appellante in verband met de behandeling van het beroep en het hoger beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. De proceskosten worden, ingevolge het Besluit proceskosten bestuursrecht, begroot op
€ 1.312,50 in beroep en € 1.312,50 in hoger beroep voor verleende rechtsbijstand.
Voor vergoeding van het betaalde griffierecht kan appellante zich rechtstreeks tot het Uwv wenden.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep veroordeelt het Uwv in de kosten van appellante tot een bedrag van € 2.625,-.
Deze uitspraak is gedaan door J.T.H. Zimmerman, in tegenwoordigheid van
K.R. van Renswoude als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op
18 november 2020.
(getekend) J.T.H. Zimmerman
(getekend) K.R. van Renswoude

RB