ECLI:NL:CRVB:2020:2860
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen niet-ontvankelijkheid hoger beroep wegens niet-betaling griffierecht ongegrond verklaard
Appellant had hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Noord-Nederland, maar dit beroep werd niet-ontvankelijk verklaard omdat het griffierecht niet binnen de gestelde termijn was betaald. De Raad wees het verzoek om vrijstelling van betaling af vanwege het ontbreken van een actuele uitkerings- of salarisspecificatie.
Appellant deed verzet tegen deze niet-ontvankelijkverklaring met het argument dat eerder overgelegde belastinggegevens toereikend waren en dat de gevreesde uitkeringsspecificatie niet zou leiden tot een juiste beoordeling van de betalingsonmacht. Tijdens de zitting werd echter geen feitelijke grond aangevoerd die het verzuim kon opheffen.
De Raad concludeerde dat het inkomen op basis van de overgelegde gegevens waarschijnlijk te hoog is om betalingsonmacht aan te nemen, waardoor het verzet ongegrond werd verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het hoger beroep wegens niet-betaling van het griffierecht is ongegrond verklaard.