ECLI:NL:CRVB:2020:2867

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
13 november 2020
Publicatiedatum
18 november 2020
Zaaknummer
18/5360 AW
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:118 AwbArt. 8:75 AwbArt. 8:75a AwbArt. 8:57 Awb
Verwijzingen
6 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek proceskostenvergoeding na intrekking hoger beroep door korpschef politie

De korpschef van politie stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland, maar trok dit hoger beroep bij brief van 28 mei 2020 in. Betrokkene verzocht vervolgens om een veroordeling van appellant in de proceskosten. De Centrale Raad van Beroep besloot het onderzoek zonder zitting voort te zetten omdat appellant geen verweerschrift had ingediend.

De Raad overwoog dat op grond van artikel 8:118, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bij intrekking van het hoger beroep door het bestuursorgaan een veroordeling in proceskosten mogelijk is, maar alleen indien er sprake is van proceshandelingen die voor vergoeding in aanmerking komen. In deze zaak was dat niet het geval.

Daarnaast wees de Raad het verzoek af voor proceskostenvergoeding met betrekking tot het ingetrokken beroep tegen het besluit van 18 maart 2020, omdat er geen tegemoetkoming door het bestuursorgaan was zoals bedoeld in artikel 8:75a, eerste lid, Awb.

De uitspraak werd gedaan door C.H. Bangma, in aanwezigheid van griffier E. Blijleven-de Vries, en uitgesproken in het openbaar op 13 november 2020.

Uitkomst: Het verzoek tot veroordeling van appellant in de proceskosten wordt afgewezen.

Uitspraak

Datum uitspraak: 13 november 2020
18/5360 AW
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak als bedoeld in artikel 8:118 van Pro de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland van 3 september 2018, 17/5173 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
de korpschef van politie (appellant)
[betrokkene] te [woonplaats] (betrokkene)

PROCESVERLOOP

Appellant heeft hoger beroep ingesteld.
Bij brief van 28 mei 2020 heeft appellant het hoger beroep ingetrokken.
Namens betrokkene heeft mr. M.R. Hoendermis verzocht appellant te veroordelen in de proceskosten.
Appellant heeft geen verweerschrift ingediend.
Onder toepassing van artikel 8:57 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is het onderzoek ter zitting achterwege gelaten. Vervolgens is het onderzoek gesloten.

OVERWEGINGEN

Artikel 8:118, eerste lid, van de Awb bepaalt dat in geval van intrekking van het hoger beroep door het bestuursorgaan, het bestuursorgaan op verzoek van een partij bij afzonderlijke uitspraak met overeenkomstige toepassing van artikel 8:75 van Pro de Awb kan worden veroordeeld in de proceskosten.
Naar het oordeel van de Raad bestaat geen aanleiding voor een veroordeling van proceskosten, omdat er geen sprake is van voor vergoeding in aanmerking komende proceshandelingen.
Voor zover mr. Hoendermis ook verzocht heeft om een veroordeling in de proceskosten voor het ingetrokken beroep gericht tegen het besluit van 18 maart 2020, moet dit eveneens worden afgewezen omdat er geen sprake is van een tegemoetkoming door het bestuursorgaan als bedoeld in artikel 8:75a, eerste lid van de Awb.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep wijst het verzoek om appellant te veroordelen in de proceskosten af.
Deze uitspraak is gedaan door C.H. Bangma, in tegenwoordigheid van E. Blijleven-de Vries als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 13 november 2020.
(getekend) C.H. Bangma
(getekend) E. Blijleven-de Vries