ECLI:NL:CRVB:2020:2903
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens niet tijdige betaling griffierecht
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam. Volgens artikel 8:41 Awb Pro dient bij het indienen van een beroepschrift griffierecht te worden betaald, hetgeen overeenkomstig artikel 8:108 Awb Pro ook geldt voor hoger beroep. Appellant is hier meerdere malen schriftelijk op gewezen, met duidelijke termijnen voor betaling.
Ondanks een verzoek om een betalingsregeling en een eenmalige verlenging van de betalingstermijn, heeft appellant het griffierecht niet binnen de gestelde termijn voldaan. De Raad heeft op basis van de beschikbare gegevens geoordeeld dat appellant in verzuim is. Hierdoor is het hoger beroep kennelijk niet-ontvankelijk verklaard zonder inhoudelijke behandeling.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door M.A.H. van Dalen-van Bekkum, in aanwezigheid van griffier T. Hemelrijk-van den Oudenalder, en op 19 november 2020 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet tijdige betaling van het griffierecht.