ECLI:NL:CRVB:2020:2918
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging WIA-uitkering na zorgvuldige medische beoordeling bevestigd
Appellante, werkzaam als productiemedewerker en schoonmaakster, kreeg een WIA-uitkering toegekend vanwege psychische klachten. Na een herbeoordeling door het UWV werd vastgesteld dat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt was, waarna de uitkering per 1 maart 2018 werd beëindigd.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, stellende dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en de beperkingen juist waren vastgesteld. Appellante voerde in hoger beroep aan dat haar beperkingen werden onderschat, mede door psychische klachten en zorgtaken, en overhandigde aanvullende medische informatie.
De Raad oordeelde dat de nieuwe informatie geen aanleiding gaf tot herziening van het oordeel. De medische en arbeidskundige rapporten waren zorgvuldig en voldoende onderbouwd. De combinatie van voltijds werk en zorgtaken rechtvaardigde geen urenbeperking. Het hoger beroep werd verworpen en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van de WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid.