Uitspraak
OVERWEGINGEN
2 februari 2020 van een verzekeringsarts bezwaar en beroep en van 16 maart 2020 van een arbeidsdeskundige bezwaar en beroep ten grondslag.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Verzoeker, laatstelijk werkzaam als leerling pechhulpmonteur, meldde zich ziek met lichamelijke en psychische klachten en vroeg een WIA-uitkering aan. Het UWV wees de uitkering af omdat verzoeker minder dan 35% arbeidsongeschikt zou zijn. Verzoeker stelde dat hij meer beperkingen heeft dan door het UWV aangenomen, onderbouwd met een rapport van psychiater Kazemier.
De rechtbank wees het beroep en het verzoek om voorlopige voorziening af, omdat zij vond dat de beperkingen niet wezenlijk verschilden. In hoger beroep herhaalde verzoeker zijn standpunt en vroeg een voorlopige voorziening wegens dreigende woningontruiming en afsluiting van gas en licht.
De voorzieningenrechter oordeelde dat er een spoedeisend belang is en dat het rapport van Kazemier meer beperkingen aanwijst dan de verzekeringsartsen van het UWV. De summiere reactie van het UWV op dit rapport wekte twijfel over de juistheid van het eerdere oordeel. Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening toegewezen en een voorschot van €8.000 netto toegekend, met de mogelijkheid tot terugvordering.
Daarnaast werd het UWV veroordeeld in de proceskosten van verzoeker en het betaalde griffierecht vergoed. De uitspraak werd gedaan door de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep op 23 november 2020.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt toegewezen en het UWV moet een voorschot van €8.000 netto betalen.