ECLI:NL:CRVB:2020:2938
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens niet tijdige betaling griffierecht en te late indiening beroepschrift
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 7 april 2020. Het beroepschrift is op 5 juni 2020 ontvangen, terwijl het volgens de poststempel op 3 juni 2020 ter post is bezorgd. De beroepstermijn bedroeg zes weken en was verstreken, waardoor het beroepschrift niet tijdig is ingediend.
Daarnaast is het griffierecht van €131,- niet binnen de gestelde termijn betaald, ondanks meerdere aanmaningen per brief en aangetekende post. De Raad wees appellant erop dat het niet tijdig betalen van het griffierecht tot niet-ontvankelijkheid van het hoger beroep zou leiden.
Appellant heeft niet gereageerd op vragen over de verschoonbaarheid van de termijnoverschrijding. Gezien de beschikbare gegevens kan niet worden geoordeeld dat appellant niet in verzuim is geweest. Daarom verklaart de Centrale Raad van Beroep het hoger beroep kennelijk niet-ontvankelijk zonder inhoudelijke behandeling.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door M.A.H. van Dalen-van Bekkum, in aanwezigheid van griffier T. Hemelrijk-van den Oudenalder, op 26 november 2020.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet tijdige indiening en niet betaling van het griffierecht.