ECLI:NL:CRVB:2020:3013
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens niet-betaling griffierecht ondanks afgewezen betalingsonmacht
Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de voorzieningenrechter. Bij brief is appellante gewezen op de verschuldigdheid van griffierecht en de betalingstermijn. Appellante heeft een beroep op betalingsonmacht gedaan, maar dit is na beoordeling van inkomensgegevens en aanvullende documenten afgewezen omdat zij niet aan de criteria voldeed.
Ondanks herhaalde verzoeken en herinneringen is het griffierecht niet betaald binnen de gestelde termijn. De Raad heeft vastgesteld dat appellante redelijkerwijs niet kan worden vrijgesteld van verzuim. Daarom is het hoger beroep kennelijk niet-ontvankelijk verklaard zonder inhoudelijke behandeling.
De uitspraak is gedaan door de enkelvoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 1 december 2020. Er is geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken schriftelijk verzet worden ingesteld.
Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht na afwijzing van het beroep op betalingsonmacht.