ECLI:NL:CRVB:2020:3061
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van beëindiging Ziektewetuitkering ondanks nieuwe medische informatie
Appellant was afwasmedewerker en meldde zich ziek met psychische en lichamelijke klachten. Het UWV beëindigde zijn Ziektewetuitkering per 25 september 2017 na een eerstejaars beoordeling, omdat hij geschikt werd geacht voor passende arbeid. Appellant ontving daarna een nieuwe ZW-uitkering per 29 augustus 2017, maar het beëindigingsbesluit bleef van kracht.
Appellant vroeg terugkomen op het beëindigingsbesluit met nieuwe medische informatie van Poliklinische Revalidatiegeneeskunde Nederland, maar het UWV wees dit af omdat deze informatie geen nieuwe feiten of omstandigheden bevatte die tot een ander besluit zouden leiden. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat het toekenningsbesluit en het beëindigingsbesluit naast elkaar bestaan zonder strijdigheid.
In hoger beroep voerde appellant schending van het rechtszekerheidsbeginsel aan en stelde dat de medische informatie aanleiding gaf tot herbeoordeling. De Centrale Raad van Beroep volgde echter de rechtbank en het UWV, oordeelde dat het toekenningsbesluit geen wijziging brengt in het beëindigingsbesluit en dat de medische informatie het eerdere oordeel niet ondermijnt. Het hoger beroep faalde en de uitspraak werd bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de beëindiging van de Ziektewetuitkering blijft in stand.