ECLI:NL:CRVB:2020:3091
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening studiefinanciering wegens niet-wonen op BRP-adres
Appellant ontving studiefinanciering als uitwonende student vanaf 1 januari 2018, terwijl hij sinds 29 december 2017 stond ingeschreven op een adres in de basisregistratie personen (BRP). Op 18 september 2018 voerden controleurs een onderzoek uit naar zijn woonsituatie, waarna de minister de studiefinanciering herzag en terugvorderde omdat appellant als thuiswonend werd aangemerkt.
De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep van appellant ongegrond, stellende dat de verklaring van de hoofdbewoner in het rapport betrouwbaar was en dat de door appellant overgelegde bewijsstukken, waaronder foto’s en verklaringen, onvoldoende waren om het tegendeel te bewijzen.
In hoger beroep herhaalde appellant zijn standpunten en voerde aan dat de hoofdbewoner de Nederlandse taal niet goed beheerst. De Raad concludeerde dat appellant met de overgelegde foto’s niet aannemelijk had gemaakt dat hij daadwerkelijk op het BRP-adres woonde en dat de verklaring van de hoofdbewoner betrouwbaar was. De Raad bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af.
Er werd geen aanleiding gezien voor een veroordeling in de proceskosten. De uitspraak werd gedaan door J.P.A. Boersma, met L. Winters als griffier, op 9 december 2020.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de herziening en terugvordering van studiefinanciering wordt bevestigd.