ECLI:NL:CRVB:2020:322
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing bijstandsaanvragen wegens onvoldoende informatie over woon- en leefsituatie
Appellant diende op 21 juni 2017 een aanvraag om bijstand in, waarbij hij aangaf inwonend te zijn bij een vriend, maar zich niet kon inschrijven op dat adres. Het college verzocht meerdere malen om aanvullende gegevens, waaronder een ondertekende verklaring van de hoofdbewoner, bankafschriften en bewijs van inschrijving. Appellant verstrekte niet alle gevraagde stukken binnen de gestelde termijnen, waarop het college de aanvraag buiten behandeling stelde.
Op 3 augustus 2017 diende appellant een nieuwe aanvraag in, maar ook hierbij leverde hij onvoldoende controleerbare gegevens over zijn woon- en leefsituatie aan. Het college wees de aanvraag af en vorderde verstrekte voorschotten terug. De rechtbank verklaarde de beroepen tegen deze besluiten ongegrond.
In hoger beroep oordeelde de Raad dat het college terecht de aanvraag van juni 2017 buiten behandeling stelde op grond van artikel 4:5 Awb Pro, omdat de noodzakelijke gegevens ontbraken. Ook was het college gerechtigd de aanvraag van augustus 2017 af te wijzen vanwege onvoldoende duidelijkheid over de feitelijke woon- en leefsituatie van appellant. De verklaringen van appellant en derden boden geen eenduidige en controleerbare informatie. De Raad bevestigde daarmee de eerdere uitspraken.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van de bijstandsaanvragen wegens onvoldoende verstrekking van noodzakelijke gegevens.