ECLI:NL:CRVB:2020:3301
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening en terugvordering bijstand wegens toepassing kostendelersnorm en niet gemelde kasstortingen
Appellanten ontvingen bijstand op grond van de Participatiewet en woonden op hetzelfde adres, waarbij het college de kostendelersnorm toepaste vanaf 30 januari 2017. Appellanten stelden dat zij afzonderlijke commerciële huurovereenkomsten hadden en huur contant betaalden, maar konden dit niet met bewijs van betaling aantonen. De Raad oordeelde dat de kostendelersnorm terecht werd toegepast.
Daarnaast werden kasstortingen op de bankrekening van appellant 1 over de maanden februari, september en oktober 2016 als inkomen aangemerkt en leidde dit tot herziening van de bijstand. Appellant 1 voerde aan dat deze stortingen leningen en spaargeld betroffen, maar slaagde er niet in dit aannemelijk te maken. De Raad bevestigde dat kasstortingen die kunnen worden aangewend voor levensonderhoud als inkomen gelden.
Appellant 2 voerde aan dat terugvordering van te veel ontvangen bijstand tot onaanvaardbare financiële gevolgen zou leiden, maar dit werd niet als dringende reden erkend. De Raad bevestigde de eerdere uitspraken van de rechtbank en wees de beroepen van appellanten af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de herziening en terugvordering van bijstand en wijst de beroepen van appellanten af.