ECLI:NL:CRVB:2020:3341
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing herzieningsverzoek intrekking en terugvordering bijstand wegens vermogensonderzoek
Appellanten ontvingen bijstand van de gemeente Tilburg en werden onderzocht in het kader van het project ‘Vermogen in het buitenland’. Uit het onderzoek bleek dat zij eigenaar waren van een woning in Turkije, wat leidde tot intrekking en terugvordering van bijstand.
Appellanten verzochten herziening van deze besluiten op grond van uitspraken van de Centrale Raad van Beroep uit 2017, waarin werd geoordeeld dat het vermogensonderzoek discriminatoir was omdat het zich richtte op bijstandsgerechtigden met Turkse nationaliteit. Het college wees het herzieningsverzoek af omdat deze uitspraken geen nieuw feit vormden en het besluit in rechte vaststond.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen het herzieningsbesluit ongegrond. In hoger beroep stelde appellanten dat tijdens de zittingen van de 2017-uitspraak nieuwe feiten bekend werden die het onderzoek onrechtmatig maakten. De Raad oordeelde dat deze feiten reeds bekend waren bij eerdere procedures en dat het college zorgvuldig had gehandeld.
Ook het argument dat de afwijzing evident onredelijk was, werd verworpen omdat de schending van het discriminatieverbod niet automatisch leidt tot onrechtmatigheid van de besluitvorming zelf. De Raad bevestigde dat het college het recht had om het onderzoek voort te zetten en dat appellanten niet hadden betwist dat zij over vermogen beschikten.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: Het herzieningsverzoek tegen de intrekkings- en terugvorderingsbesluiten is afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.