ECLI:NL:CRVB:2020:336
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verzoek terugkomen op besluit UWV uit 1996 wegens ontbreken medische onderbouwing
Appellant verzocht het UWV om terug te komen op een besluit van 28 februari 1996. Dit verzoek werd afgewezen omdat appellant geen medische stukken had ingediend die zijn aanvraag konden onderbouwen. De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep van appellant tegen deze afwijzing ongegrond en veroordeelde het UWV tot vergoeding van proceskosten.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak en benadrukt dat noch bij de aanvraag noch in bezwaar medische stukken zijn overgelegd. Volgens vaste rechtspraak moeten relevante stukken uiterlijk in de bezwaarfase worden ingediend. De stukken die appellant in hoger beroep heeft ingebracht zijn te laat en kunnen niet leiden tot een ander oordeel.
Appellant stelde dat hij geen hoger beroep kon instellen tegen de uitspraak van 16 mei 1997 omdat hij toen niet in Nederland verbleef. De Raad overweegt dat appellant ook vanuit Marokko hoger beroep had kunnen instellen. Het verzoek om terug te komen op het besluit blijft daarom terecht afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek van appellant om terug te komen op het besluit van 28 februari 1996 wordt afgewezen wegens het ontbreken van medische onderbouwing.