ECLI:NL:CRVB:2020:3365
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor kosten rechtsbijstand wegens ontbreken bankafschriften
Appellant heeft bijzondere bijstand aangevraagd voor de kosten van rechtsbijstand, maar heeft niet voldaan aan de verplichting om bankafschriften over de relevante periode te overleggen. Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam heeft daarom de aanvraag afgewezen. De rechtbank heeft het beroep ongegrond verklaard omdat appellant onvoldoende inzicht gaf in zijn financiële situatie en daarmee zijn inlichtingenplicht schond.
In hoger beroep heeft appellant aangevoerd dat er geen bankafschriften beschikbaar zijn vanwege beslaglegging door de FIOD en dat hij geen inkomen heeft. Ook stelde hij dat de rechtbanksuitspraak in strijd is met een eerdere beslissing over griffierechtvrijstelling. De Raad stelt dat beslaglegging niet ontslaat van de verplichting om bankafschriften te overleggen en dat de griffierechtvrijstelling geen inzicht geeft in de financiële situatie over de relevante periode.
De Raad oordeelt dat appellant onvoldoende opening van zaken heeft gegeven en bevestigt het oordeel van de rechtbank. Het hoger beroep wordt afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er worden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de afwijzing van bijzondere bijstand bevestigd wegens het niet overleggen van bankafschriften.