Uitspraak
18.4077 WIA
OVERWEGINGEN
16 oktober 2017 ongegrond verklaard.
BESLISSING
H. Spaargaren als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 29 december 2020.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Appellant, voormalig magazijnbediende, vroeg een WIA-uitkering aan wegens arbeidsongeschiktheid. Het UWV wees de aanvraag af omdat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt werd geacht, gebaseerd op een Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) en een arbeidsdeskundig onderzoek.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, stellende dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat de beperkingen, waaronder fibromyalgie, reeds in de FML waren meegenomen. Ook vond de rechtbank dat de geselecteerde functies medisch geschikt waren voor appellant.
In hoger beroep handhaafde appellant zijn standpunt en vroeg om inschakeling van een deskundige, stellende dat zijn beperkingen onderschat waren. De Raad verwierp dit, omdat de nieuwe medische stukken te laat waren ingediend en onvoldoende gewicht hadden. De Raad vond geen aanleiding tot twijfel over de medische beoordeling of tot het inschakelen van een deskundige.
De Raad concludeerde dat het UWV voldoende had gemotiveerd dat appellant de geselecteerde functies kon verrichten en bevestigde daarmee de uitspraak van de rechtbank. Een proceskostenveroordeling werd niet opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van de WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid.