ECLI:NL:CRVB:2020:3400
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van beslissing over ingangsdatum verhoging Wajong-uitkering wegens hulpbehoevendheid
Appellant ontvangt sinds 2001 een Wajong-uitkering en heeft meerdere keren verzocht om verhoging van zijn uitkering wegens hulpbehoevendheid. Het UWV heeft aanvankelijk aanvragen afgewezen, maar na bezwaar is de uitkering met ingang van 15 maart 2016 verhoogd naar 100% van de grondslag. Appellant stelde dat de verhoging met terugwerkende kracht per 2011 of zelfs 2005 zou moeten ingaan.
De rechtbank heeft het beroep van appellant tegen het besluit van het UWV om de verhoging pas vanaf 1 juli 2013 toe te kennen ongegrond verklaard. De rechtbank vond de medische rapporten en het oordeel van de verzekeringsarts voldoende onderbouwd en zag geen aanleiding om het standpunt van appellant te volgen dat hij eerder hulpbehoevend was.
In hoger beroep heeft appellant aanvullende verklaringen overgelegd, waaronder een verklaring van zijn zoon en een medisch bericht uit 2007. De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat deze informatie onvoldoende zwaarwegend is om de eerdere conclusie te wijzigen. De Raad onderschrijft het oordeel van de rechtbank en bevestigt de aangevallen uitspraak, waarmee het hoger beroep wordt afgewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de verhoging van de Wajong-uitkering wordt vastgesteld met ingang van 1 juli 2013.