ECLI:NL:CRVB:2020:3412
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid bezwaar tegen opschortingsbesluit bijstand
Appellant ontving bijstand op grond van de Participatiewet en kreeg vanaf 2017 te maken met opschortings- en intrekkingsbesluiten vanwege het niet aanleveren van gevraagde gegevens over zijn verblijfplaats.
Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag schortte de bijstand op en trok deze later in. Appellant maakte bezwaar tegen het opschortingsbesluit, maar niet tegen het intrekkingsbesluit. De rechtbank verklaarde het bezwaar tegen het opschortingsbesluit niet-ontvankelijk omdat het intrekkingsbesluit al onherroepelijk was.
In hoger beroep voerde appellant aan dat het bezwaar ook tegen het intrekkingsbesluit en een terugvorderingsbesluit was gericht. De Raad oordeelde dat dit niet uit de stukken blijkt en bevestigde de niet-ontvankelijkheid van het bezwaar. De uitspraak van de rechtbank werd daarmee bekrachtigd.
Uitkomst: Het bezwaar tegen het opschortingsbesluit is niet-ontvankelijk verklaard omdat het intrekkingsbesluit onherroepelijk is.