ECLI:NL:CRVB:2020:3463
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor verhuiskosten wegens voorzienbare verhuizing
Appellante ontving bijstand en verleende mantelzorg aan haar ouders. Zij verhuisde naar een eigen woning en vroeg bijzondere bijstand aan voor verhuiskosten zoals eerste maand huur en woninginrichting. Het college wees dit af omdat de kosten niet voortvloeiden uit bijzondere omstandigheden.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde dit in hoger beroep. De Raad oordeelde dat de verhuizing voorzienbaar was omdat appellante sinds 2014 stond ingeschreven als woningzoekende en voldoende tijd had om te reserveren.
Daarnaast was niet aannemelijk gemaakt dat de verhuizing noodgedwongen was vanwege medische of psychische redenen. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalde omdat de situatie van appellante niet vergelijkbaar was met die van haar ouders. De uitspraak bevestigt dat bijzondere bijstand alleen wordt toegekend bij bijzondere, onvoorzienbare omstandigheden.
Uitkomst: De aanvraag bijzondere bijstand voor verhuiskosten wordt afgewezen omdat de verhuizing voorzienbaar was en geen bijzondere omstandigheden zijn aangetoond.