ECLI:NL:CRVB:2020:3480
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verlaging WAO-uitkering op basis van arbeidsongeschiktheid van 55 tot 65%
Appellant, werkzaam als elektromonteur, meldde zich in november 2000 ziek en ontving sinds november 2001 een WAO-uitkering. Na een herbeoordeling in 2017 werd de uitkering verhoogd op basis van een arbeidsongeschiktheid van 65 tot 80%, maar het bezwaar van appellant leidde tot een verlaging naar 55 tot 65% door het Uwv.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, oordelend dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat de beperkingen in de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) adequaat rekening hielden met zijn fysieke en mentale klachten. De geselecteerde functies overschreden de belastbaarheid van appellant niet.
In hoger beroep herhaalde appellant zijn bezwaren en verzocht om een onafhankelijke deskundige, maar de Raad volgde het oordeel van de rechtbank. Het rapport van medisch adviseur Fokke kon het oordeel niet wijzigen, mede omdat het Uwv-onderzoek een uitgebreid lichamelijk onderzoek omvatte en de klachten adequaat waren verwerkt.
De Raad concludeerde dat het Uwv terecht de WAO-uitkering heeft verlaagd en bevestigde de aangevallen uitspraak. Er was geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De verlaging van de WAO-uitkering naar een arbeidsongeschiktheid van 55 tot 65% wordt bevestigd.