ECLI:NL:CRVB:2020:3495
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vaststelling arbeidsongeschiktheidspercentage WIA op 42,98% per 15 maart 2017
Appellante was werkzaam als persoonlijk begeleider wonen en meldde zich ziek met lichamelijke en psychische klachten. Het UWV stelde op basis van verzekeringsgeneeskundig en arbeidskundig onderzoek vast dat zij per 15 maart 2017 voor 42,98% arbeidsongeschikt was en kende haar een loongerelateerde WGA-uitkering toe.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen dit besluit ongegrond, omdat het medisch onderzoek zorgvuldig was verricht en de functionele mogelijkheden juist waren vastgesteld. Appellante voerde in hoger beroep aan dat haar beperkingen niet volledig waren meegewogen, met name de combinatie van psychische stoornissen en fysieke aandoeningen zoals fibromyalgie.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat appellante in hoger beroep geen nieuwe medische informatie heeft overgelegd die tot een ander oordeel leidt. Het UWV heeft bovendien voldoende gemotiveerd dat de functies waarop de arbeidsongeschiktheid is gebaseerd medisch geschikt zijn. De Raad bevestigt daarom het arbeidsongeschiktheidspercentage van 42,98% en verklaart het hoger beroep ongegrond.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat het UWV de arbeidsongeschiktheid van appellante terecht heeft vastgesteld op 42,98% per 15 maart 2017.