ECLI:NL:CRVB:2020:36
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Verzet gegrond wegens onterecht niet-ontvankelijkheid hoger beroep door griffierechtbetaling
Appellant had hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland, maar de Raad verklaarde het beroep niet-ontvankelijk omdat het griffierecht niet binnen de gestelde termijn was betaald.
Appellant stelde verzet in tegen deze beslissing. Uit het verzet bleek dat het griffierecht op 27 juni 2019 wel was voldaan, maar door een administratieve fout op 1 juli 2019 was teruggestort.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat appellant niet in verzuim was geweest en verklaarde het verzet gegrond. Hierdoor vervalt de eerdere uitspraak van 15 oktober 2019 en wordt het onderzoek voortgezet in de stand waarin het zich bevond.
Daarnaast veroordeelde de Raad het college van burgemeester en wethouders van Lelystad tot betaling van de proceskosten van appellant voor het verzet, vastgesteld op € 262,50.
De uitspraak werd gedaan door rechter C.H. Bangma en griffier J.A. Achterberg op 9 januari 2020.
Uitkomst: Het verzet wordt gegrond verklaard, de eerdere niet-ontvankelijkverklaring vervalt en het college wordt veroordeeld in de proceskosten van appellant.