ECLI:NL:CRVB:2020:460
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging loongerelateerde WGA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid bevestigd
Appellante, laatstelijk werkzaam als administratief medewerkster, kreeg een loongerelateerde WGA-uitkering toegekend wegens volledige arbeidsongeschiktheid. Na herbeoordeling stelde het UWV vast dat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt was en beëindigde de uitkering per 4 januari 2017.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen deze beëindiging ongegrond, waarbij zij oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en de beperkingen adequaat waren vastgesteld in een Functionele Mogelijkhedenlijst (FML). Appellante voerde in hoger beroep aan dat haar psychische klachten, fybromyalgie, pols- en nekklachten en medicatiebijwerkingen onvoldoende waren meegewogen.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het UWV de beperkingen juist had vastgesteld en dat er geen medische gegevens waren die een onderschatting van de beperkingen rechtvaardigden. De Raad bevestigde dat de geselecteerde functies passend waren en dat de uitkering terecht was beëindigd. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat het UWV de WGA-uitkering terecht heeft beëindigd wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid.