ECLI:NL:CRVB:2020:518
Centrale Raad van Beroep
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ingangsdatum IOAZ-uitkering na bedrijfsbeëindiging op 22 juni 2017
Appellante heeft beroep ingesteld tegen de vaststelling van de ingangsdatum van haar IOAZ-uitkering, die door het college is vastgesteld op 22 juni 2017, de datum waarop haar bedrijf is uitgeschreven bij de Kamer van Koophandel. Zij stelde dat haar bedrijf al eerder, namelijk op 22 februari 2017 of 3 april 2017, was beëindigd en vorderde toekenning van de uitkering vanaf die datum.
De Centrale Raad van Beroep overweegt dat de hoofdregel is dat een IOAZ-uitkering wordt toegekend vanaf de datum van melding, maar niet eerder dan de datum waarop het bedrijf daadwerkelijk is beëindigd. Het is aan de aanvrager om dit te bewijzen. Appellante heeft niet kunnen aantonen dat haar bedrijf eerder dan 22 juni 2017 was beëindigd. De enkele omstandigheid dat zij na 22 februari 2017 geen inkomsten meer had uit het bedrijf, is onvoldoende bewijs. Daarnaast tonen de stukken aan dat belangrijke bedrijfsbeëindigingshandelingen pas na juni 2017 plaatsvonden, zoals het opzeggen van de huur en het internetabonnement en de uitschrijving bij de Belastingdienst.
Het beroep op een eerdere uitspraak van de Centrale Raad van Beroep (ECLI:NL:CRVB:2017:1299) faalt, omdat die uitspraak betrekking had op bijzondere omstandigheden omtrent de meldingsdatum, terwijl in deze zaak de vraag centraal staat op welke datum het bedrijf daadwerkelijk is beëindigd.
De Centrale Raad van Beroep verklaart het hoger beroep ongegrond en bevestigt de uitspraak van de rechtbank. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de IOAZ-uitkering terecht is toegekend vanaf 22 juni 2017.