ECLI:NL:CRVB:2020:55
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing invaliditeitspensioen en voorzieningen voor mantelzorger van gewezen militair
Appellant, mantelzorger van een gewezen militair, verzocht om een invaliditeitspensioen en diverse voorzieningen op grond van het Besluit AO/IV en de Voorzieningenregeling. Deze verzoeken werden afgewezen omdat appellant niet als militair in dienst is geweest bij het Ministerie van Defensie en dus niet voldoet aan de voorwaarden.
De rechtbank verklaarde de bezwaren van appellant ontvankelijk, vernietigde de bestreden besluiten en oordeelde dat appellant belanghebbende is. De staatssecretaris erkende dat de bezwaren ten onrechte niet-ontvankelijk waren verklaard, maar stelde dat appellant niet tot de groepen behoort die recht hebben op de voorzieningen.
De Raad onderschrijft de rechtbank en oordeelt dat appellant niet tot de categorie betrokkenen behoort waarop de regelingen van toepassing zijn. Het beroep op het vertrouwensbeginsel faalt omdat er geen ondubbelzinnige toezeggingen zijn gedaan en geen sprake is van gelijke gevallen. Het hoger beroep wordt daarom verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Appellant krijgt geen invaliditeitspensioen of voorzieningen omdat hij niet tot de daarvoor in aanmerking komende groepen behoort.