ECLI:NL:CRVB:2020:555
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beëindiging Ziektewetuitkering na zorgvuldig verzekeringsgeneeskundig onderzoek
Appellant, voormalig medewerker boekbinderij, meldde zich ziek met rug- en beenklachten en ontving een Ziektewetuitkering. Het UWV beëindigde deze uitkering per 29 maart 2017 na een verzekeringsgeneeskundig onderzoek dat appellant geschikt achtte voor zijn maatgevende arbeid.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, stellende dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat er geen aanwijzingen waren dat de beoordeling van de UWV-artsen onjuist was. Appellant voerde in hoger beroep aan dat het onderzoek naar zijn psychische klachten onzorgvuldig was en dat deze klachten hem ongeschikt maakten voor arbeid.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat appellant zich alleen met lichamelijke klachten had ziekgemeld en dat er geen bewijs was voor psychische klachten die het onderzoek zouden ondermijnen. Het verzekeringsgeneeskundig onderzoek werd als zorgvuldig beoordeeld, en de eerdere uitspraak werd bevestigd. Er werd geen aanleiding gezien voor een veroordeling in proceskosten.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van de Ziektewetuitkering na een zorgvuldig verzekeringsgeneeskundig onderzoek.