ECLI:NL:CRVB:2020:591
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring hoger beroep wegens te late betaling griffierecht afgewezen
Appellant had hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, maar werd niet-ontvankelijk verklaard omdat het griffierecht niet binnen de gestelde termijn was betaald. Appellant stelde verzet in tegen deze niet-ontvankelijkverklaring.
De Centrale Raad van Beroep beoordeelde het verzet en concludeerde dat het verzet niet binnen de wettelijke termijn was ingediend. De termijn liep tot 8 oktober 2019, terwijl het verzet pas op 22 oktober 2019 digitaal werd ingediend. Hoewel appellant persoonlijke omstandigheden aanvoerde, achtte de Raad deze niet zodanig dat het onmogelijk was om tijdig verzet te doen.
De Raad oordeelde dat appellant hulp van derden had kunnen inschakelen om tijdig te reageren. Daarom werd het verzet niet-ontvankelijk verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door rechter C.H. Bangma, in aanwezigheid van griffier R.I.S. van Haaren.
Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de termijn.