ECLI:NL:CRVB:2020:592
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring hoger beroep in AOW-zaken afgewezen
De appellant had hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam, maar dit hoger beroep werd door de Centrale Raad van Beroep niet-ontvankelijk verklaard omdat het hogerberoepschrift niet tijdig was ingediend. De appellant stelde vervolgens verzet in tegen deze niet-ontvankelijkverklaring.
De Raad stelde ambtshalve de ontvankelijkheid van het verzet vast en gaf de appellant meerdere malen de gelegenheid om de gronden van het verzet in te dienen. Ondanks deze kansen diende appellant geen inhoudelijke gronden in binnen de gestelde termijnen. De enige brief die werd ontvangen was te laat en bevatte geen verzetgronden.
Daarom verklaarde de Centrale Raad van Beroep het verzet niet-ontvankelijk. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door rechter C.H. Bangma in aanwezigheid van griffier R.I.S. van Haaren en uitgesproken in het openbaar op 6 maart 2020.
Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet indienen van verzetgronden binnen de gestelde termijn.