ECLI:NL:CRVB:2020:680
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijstandsaanvragen wegens onvoldoende duidelijkheid over Luxemburgse bankrekening en levensonderhoud
Appellante heeft meerdere keren bijstand aangevraagd, waarbij het college de aanvragen afwees wegens het ontbreken van volledige informatie over een Luxemburgse bankrekening en de herkomst van contante stortingen op haar bankrekening.
Ondanks verzoeken om nadere bewijsstukken, waaronder bankafschriften en verifieerbare verklaringen over haar levensonderhoud, kon appellante niet aannemelijk maken hoe zij in de relevante periodes in haar levensonderhoud voorzag. Zij verklaarde geen kennis te hebben van de Luxemburgse bankrekening, maar dit werd onvoldoende geacht gezien eerdere gegevens en de onderzoeksplicht.
De Raad oordeelde dat appellante haar inlichtingenplicht niet is nagekomen, waardoor het college niet kon vaststellen of zij in bijstandbehoevende omstandigheden verkeerde. De verklaringen van haar zoon en moeder over financiële ondersteuning waren onvoldoende verifieerbaar en inconsistent.
De Raad bevestigde daarom de eerdere uitspraken van de rechtbank die de afwijzing van de bijstandsaanvragen hadden gehandhaafd. Er werd geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De bijstandsaanvragen van appellante worden afgewezen wegens onvoldoende duidelijkheid over de Luxemburgse bankrekening en haar levensonderhoud.