Uitspraak
19/1559 MPW
6 maart 2019, 18/3503 (aangevallen uitspraak)
Centrale Raad van Beroep
Appellant, militair uitgezonden naar Bosnië, verzocht in 2007 om een militair invaliditeitspensioen vanwege psychische klachten. Dit verzoek werd in 2008 en na bezwaar in 2010 afgewezen omdat geen verband met militaire dienst werd vastgesteld. In 2015 diende appellant een nieuw verzoek in, waarop in 2016 een invaliditeitspensioen werd toegekend met ingang van 8 september 2014, gebaseerd op PTSS en depressieve stoornis.
Appellant maakte bezwaar tegen de ingangsdatum en stelde dat deze terug moest gaan tot 14 juni 2006, omdat zijn medische situatie niet was gewijzigd sinds 2007. De staatssecretaris wees dit bezwaar af, stellende dat de medische situatie in 2016 anders was dan in 2007 en dat het pensioen niet eerder kon ingaan dan een jaar voor het verzoek in 2015.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde dit in hoger beroep. De Raad oordeelde dat de medische gegevens uit 2016 geen aanleiding geven om eerdere besluiten onjuist te achten en dat het bestuursorgaan terecht het pensioen niet eerder heeft toegekend. Tevens werd bevestigd dat het bestuursorgaan bevoegd is om herhaalde aanvragen inhoudelijk te beoordelen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de ingangsdatum van het militair invaliditeitspensioen blijft 8 september 2014.