ECLI:NL:CRVB:2020:805
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vaststelling arbeidsongeschiktheid op 36,10% zonder urenbeperking
Appellant, laatst werkzaam als autospuiter, meldde zich ziek vanwege cardiale en psychische klachten. Het UWV stelde aanvankelijk een volledige arbeidsongeschiktheid vast, die later bij herbeoordeling werd vastgesteld op 36,10%. Appellant maakte bezwaar tegen deze vaststelling, onder meer vanwege vermeende energetische beperkingen en dyslexie.
De rechtbank verklaarde het bezwaar gegrond wegens onvoldoende motivering, maar handhaafde de rechtsgevolgen van het besluit. In hoger beroep betoogde appellant dat het UWV ten onrechte geen urenbeperking heeft aangenomen en onvoldoende rekening hield met zijn beperkingen.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat de verzekeringsarts bezwaar en beroep de beperkingen adequaat had gemotiveerd. Nieuwe medische stukken werden buiten beschouwing gelaten wegens strijd met hoor en wederhoor. Er was geen aanwijzing voor een urenbeperking of beperking in duurbelastbaarheid. De Raad bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: De vaststelling van 36,10% arbeidsongeschiktheid zonder urenbeperking wordt bevestigd en het hoger beroep wordt afgewezen.