Appellant, volledig rolstoelafhankelijk en bekend met diverse lichamelijke en psychische aandoeningen, heeft een aanvraag ingediend voor een hoog persoonlijk kilometerbudget (pkb). De FMMU wees deze aanvraag af omdat appellant volgens medische adviezen met begeleiding in staat is met de trein te reizen en de rolstoel binnen de toegestane afmetingen blijft als de knieën licht gebogen zijn.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarbij werd bevestigd dat de medische adviezen overtuigend waren en appellant geen bewijs leverde dat hij zijn knieën langer dan 20 minuten niet licht gebogen kan houden. Appellant voerde in hoger beroep aan dat hij vanwege pijn, angst- en paniekklachten en hyperventilatie niet met de trein kan reizen en dat de rolstoel in gestrekte stand niet binnen de toegestane afmetingen valt.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat de FMMU terecht uitging van de medische adviezen dat appellant met begeleiding kan reizen en dat de rolstoel met licht gebogen knieën binnen de normen valt. De Raad erkent de klachten van appellant, maar acht deze onvoldoende om af te wijken van het protocol. Het hoger beroep wordt verworpen en de eerdere uitspraak bevestigd.