Uitspraak
19.148 AW
OVERWEGINGEN
.
Centrale Raad van Beroep
Appellant was sinds 2009 in vaste dienst bij het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en had een verstoorde arbeidsrelatie met zijn leidinggevende sinds 2015. Na diverse conflicten, mediationpogingen en onderhandelingen werd hem in maart 2017 eervol ontslag verleend wegens onherstelbaar verstoorde arbeidsverhoudingen.
De rechtbank had het beroep van appellant tegen het ontslagbesluit gegrond verklaard en het besluit vernietigd, maar de rechtsgevolgen in stand gelaten. Appellant vorderde daarnaast een aanvullende ontslagvergoeding en schadevergoeding voor pensioenschade, welke door de rechtbank werden afgewezen.
In hoger beroep oordeelt de Raad dat de staatssecretaris geen overwegend aandeel heeft gehad in het ontstaan en voortduren van de impasse en dat er geen grond is voor een aanvullende vergoeding. Ook is onvoldoende aannemelijk dat het vervallen van het voorwaardelijk pensioen door het ontslag veroorzaakt is. Het hoger beroep wordt verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en het ontslagbesluit zonder aanvullende vergoeding bevestigd.