ECLI:NL:CRVB:2020:968
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging tenuitvoerlegging voorwaardelijk strafontslag wegens plichtsverzuim bij gemeente Amsterdam
Appellant was werkzaam bij de gemeente Amsterdam en kreeg in 2017 een disciplinaire maatregel opgelegd: voorwaardelijk ontslag met een proeftijd van één jaar wegens plichtsverzuim, waaronder weigering om planningsgesprekken te ondertekenen en niet verschijnen op afspraken.
Na meerdere incidenten, waaronder het niet nakomen van oproepen voor gesprekken en het versturen van niet respectvolle e-mails, legde het college het voorwaardelijk strafontslag met onmiddellijke ingang ten uitvoer. Appellant werd geschorst en kreeg een verbod om op de werkplek te verschijnen.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak. De Raad oordeelt dat het plichtsverzuim van appellant de tenuitvoerlegging rechtvaardigt en dat het college terecht heeft gehandeld. Een evenredigheidstoetsing is niet aan de orde bij de toetsing van de tenuitvoerlegging van een voorwaardelijke disciplinaire maatregel.
Appellant kon zijn persoonlijke levensfilosofie niet als grond aanvoeren om het ontslag te voorkomen. De subsidiaire ontslaggrond blijft buiten beschouwing. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het voorwaardelijk strafontslag van appellant wordt ten uitvoer gelegd wegens herhaald plichtsverzuim; hoger beroep wordt afgewezen.