ECLI:NL:CRVB:2020:987
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.T.H. Zimmerman
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing aanvraag algemene bijstand wegens onvoldoende informatie over levensonderhoud
Appellant, die na detentie in Turkije in Nederland terugkeerde, diende op 23 december 2016 een aanvraag om bijstand in. Het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam wees deze aanvraag af omdat appellant niet aannemelijk kon maken dat hij in bijstandbehoevende omstandigheden verkeerde. Appellant werd verzocht bewijsstukken te overleggen over zijn levensonderhoud in de periode voorafgaand aan de aanvraag, maar leverde onvoldoende en niet-verifieerbare informatie.
In hoger beroep voerde appellant aan dat hij door familie werd onderhouden en dat hij niet direct een beroep op bijstand wilde doen. Hij stelde dat het college duidelijk beleid zou moeten voeren over welke bewijsstukken vereist zijn. De Raad oordeelde dat appellant onvoldoende concrete en controleerbare bewijsstukken had overgelegd en daarmee zijn inlichtingenverplichting volgens artikel 17 van Pro de Participatiewet had geschonden.
De Raad stelde vast dat het college niet verplicht is om voorafgaand aan een aanvraag beleid te voeren over de bewijsvoering. Omdat het recht op bijstand niet kon worden vastgesteld, werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van de aanvraag om bijstand wegens onvoldoende bewijs van bijstandbehoevendheid.